De relatie tussen Nederland en Indonesië blijft complex tot in de jaren negentig. Pas in 2005 aanvaardt Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië op 17 augustus 1945 ‘in politieke en morele zin’.
Na het conflict rond Nieuw-Guinea herstellen Nederland en Indonesië voorzichtig de diplomatieke betrekkingen. In de jaren zeventig geeft Nederland veel ontwikkelingshulp aan Indonesië, op voorwaarde dat de schendingen van mensenrechten onder president Soeharto zouden stoppen. Indonesië ziet dat als bemoeienis met binnenlandse zaken en de contacten tussen Nederland en Indonesië worden verbroken. Repatrianten en migranten vinden in Nederland uiteindelijk een plek op de arbeidsmarkt. Vergoeding van oorlogsschade en het inhouden van salarissen van Indische Nederlanders blijft een belangrijk strijdpunt.
Politiek-militaire ontwikkelingen
Herstel contacten
Na het conflict rond Nieuw-Guinea herstellen Nederland en Indonesië voorzichtig de diplomatieke betrekkingen. De val van president Soekarno en zijn opvolging door generaal Soeharto als president in 1965 leiden tot verdere verbetering van de contacten. Veel Nederlanders wantrouwen Soekarno vanwege zijn pro-Japanse houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bovendien zien zij hem als degene die Indië van Nederland heeft afgenomen.
Ontwikkelingshulp
De herstelde betrekkingen tussen Nederland en Indonesië leiden in de jaren zeventig weer tot nieuwe problemen. Nederland geeft omvangrijke ontwikkelingshulp, maar stelt als voorwaarde dat de schendingen van de mensenrechten onder het regime-Soeharto moeten stoppen. De internationale lobby zet de Indonesische regering onder druk om politieke gevangenen vrij te laten. Indonesië is niet gediend van deze inmenging in binnenlandse zaken. De contacten tussen Nederland en Indonesië worden verbroken.
Herdenking
In de jaren tachtig en negentig blijft de relatie tussen het vroegere moederland en de voormalige kolonie een gevoelig punt. In 1995 is het nog uitgesloten dat koningin Beatrix de vijftigjarige herdenking van de Japanse capitulatie in Indonesië bijwoont, omdat zij daarmee impliciet de Indonesische onafhankelijkheid uit 1945 zou erkennen.
Aanvaarding
Tien jaar later, op 17 augustus 2005, bezoekt minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot Indonesië om duidelijk te maken dat de onafhankelijkheid op die dag begint en dat Nederland dit feit ‘in politiek en morele zin ruimhartig aanvaart’. Minister Bot was tijdens de Japanse bezetting zelf als jongen gevangen in een interneringskamp in Nederlands-Indië.
Sociaal-economische veranderingen
Integratie
Repatrianten en migranten vinden uiteindelijk hun plek op de Nederlandse arbeidsmarkt, de een weliswaar sneller dan de ander. Hun kinderen volgen massaal onderwijs op alle niveaus.
Molukkers
Integratie is voor de Molukse groep in Nederland in eerste instantie niet aan de orde. Omdat hun verblijf tijdelijk zou zijn worden zij opgevangen in afgezonderde barakkenkampen, waarvan de laatste in 1970 sloot. De meeste inwoners verhuizen naar speciaal gebouwde woonwijken. De slechte start heeft nog lang invloed op de verhouding met de Nederlandse overheid. In de jaren zeventig vragen jongeren van de tweede generatie met geweld (gijzelingsacties) aandacht voor hun situatie. Vanaf de jaren tachtig komt een heroriëntatie op hun toekomst in Nederland op gang.
Strijdpunten
Belangrijke strijdpunten blijven de vergoeding van oorlogsschade en het niet uitbetalen van de salarissen aan Indische ambtenaren en van soldij aan militairen tijdens de Japanse bezetting. Indische Nederlanders spannen verschillende rechtzaken aan tegen de Nederlandse staat. Vooral de ongelijke behandeling ten opzichte van oorlogsgetroffenen die tijdens de oorlog in Nederland waren, is een doorn in het oog van de Indische Nederlanders.
Erkenning
Dankzij de toegenomen welvaart in de tweede helft van de jaren zestig en de opkomst van de verzorgingsstaat worden verschillende uitkeringswetten voor vervolgden en oorlogsslachtoffers mogelijk. Hiermee start de erkenning van Indische Nederlanders als oorlogsslachtoffers.
Dagelijks leven
Immigratie voltooid
In 1963 arriveren de laatste immigranten uit voormalig Nieuw-Guinea in Nederland. Een jaar later sluit de mogelijkheid voor spijtoptanten om de Nederlandse nationaliteit aan te vragen. Met hun aankomst in Nederland eindigt de immigratie uit het voormalige Nederlands-Indië.
Nieuw thuis
Repatrianten en migranten vinden na verloop van tijd een nieuw thuis in Nederland. Bij de een gaat dat uiteraard makkelijker dan bij de ander. Sommigen migreren door naar landen als de Verenigde Staten, Canada, Brazilië, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Deze landen danken hun populariteit aan het klimaat, de ruimere werkgelegenheid, betere huisvesting, een minder benepen sfeer en meer tropische omgeving.
Indische achtergrond
In de jaren tachtig krijgen veel Indische Nederlanders meer aandacht voor hun Indische achtergrond. Zelfhulpgroepen en herdenkingscomités spelen bij alle betrokkenen een belangrijke rol in de verwerking van de oorlog: Nederlanders, Indo-Europeanen en veteranen uit Nederlands-Indië. Kumpulans en pasars versterken het groepsgevoel van deze mensen met een gemeenschappelijk verleden en kenmerken.
Zelfbewust
De eerste, tweede en derde generatie Indische Nederlanders zijn zelfbewuste burgers. Kwesties rond hun identiteit als oorlogsgetroffene en/of ‘Indo’ zijn onderwerp van veel boeken, films, muziek, documentaires en tentoonstellingen. De meeste Molukkers zijn in Nederland gebleven, maar hun band met de Molukken blijft sterk zoals blijkt tijdens de burgeroorlog die rond 1990 op de Molukken woedt. Veel Molukkers steunen hun dorp van herkomst met geld, goederen en kennis.
Loyaliteiten
Lobby
Bij deze nieuwe houding hoort een succesvolle politieke lobby. In 1991 wordt het Indisch Platform opgericht als spreekbuis van de Indische gemeenschap en als gesprekspartner van het kabinet. De Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO, 1999) start een grootschalig onderzoek naar de terugkeer en opvang van oorlogsslachtoffers in naoorlogs Nederland.
Kil
In 2001 erkent de Nederlandse overheid op basis van de SOTO-rapporten dat de voorgaande regeringen een kil, bureaucratisch en te formeel beleid hadden gevoerd rond de opvang van Nederlanders uit Nederlands-Indië. Het kabinet stelt 385 miljoen gulden beschikbaar aan de Indisch-Molukse gemeenschap, dat het geld door Stichting Het Gebaar laat beheren en verdelen. Personen die de Japanse bezetting binnen of buiten de kampen hadden doorstaan kunnen een eenmalige uitkering krijgen. Daarnaast is er geld voor projecten met een collectieve doelstelling.
Verwerking
Organisaties als Stichting Pelita en COGIS helpen getraumatiseerde overlevenden om het oorlogsleed te verwerken. In 1988 onthult koningin Beatrix het Indisch monument in Den Haag, waar sindsdien jaarlijks op 15 augustus de herdenking van de Japanse capitulatie plaatsvindt. In 1990 opent het Moluks Historisch Museum (nu: Museum Maluku) zijn deuren.
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>