Na de Bersiap-periode wisselen onderhandelingen, onrust en gewelddadige strijd elkaar af. Op 27 december 1949 volgt de onafhankelijkheid van Indonesië.
Na de Bersiap-periode blijft het hectisch met afwisselend onderhandelingen, onrust en gewelddadige strijd. Nederland bestrijdt de republiek Indonesië in de zogenaamde eerste en tweede politionele acties (juli-augustus 1947 en december 1948-januari 1949). Internationale druk op Nederland is het gevolg. Op 27 december 1949 wordt Indonesië onafhankelijk als Verenigde Staten van Indonesië. Alle Nederlandse staatsburgers in Indonesië moeten kiezen tussen de Nederlandse of Indonesische nationaliteit. De keuze tussen in Indonesië blijven of het land verlaten was een groot dilemma, met name voor de Indo-Europeanen. In totaal zullen ongeveer 300.000 Nederlanders en Indo-Europeanen naar Nederland repatriëren en migreren.
Politiek-militaire ontwikkelingen
Onrust
Na de Bersiap-periode blijven onderhandelingen, onrust en gewelddadige strijd elkaar afwisselen. In januari 1946 verhuist de republikeinse regering naar Djokjakarta. Op 15 november 1946 bereiken Indonesië en Nederland in Linggadjati (Linggarjati) op West-Java een akkoord waarin Nederland de Republiek erkent. Het doel is een Nederlands-Indonesische Unie.
Eerste politionele actie
De uitvoering van het Akkoord van Linggadjati gaat volgens de Nederlandse en Indonesische regering echter niet snel genoeg. Nederland wil haar economische belangen herstellen en besluit daarom tot de eerste politionele actie (21 juli 1947–5 augustus 1947): Operatie Produkt.
Onderhandelingen
Na deze militaire actie dwingt de internationale gemeenschap Nederland om onder toezicht van de Verenigde Naties (VN) opnieuw te onderhandelen met de Republiek Indonesië. Op 18 januari 1948 sluiten zij de Renville-overeenkomst, met afspraken over een wapenstilstand en een federale structuur van Indonesië. Er volgt echter geen resultaat.
Tweede politionele actie
De Nederlandse militaire en politieke top wil de republikeinse regering uitschakelen en de Nederlandse regering besluit tot een tweede politionele actie (21 december 1948–5 januari 1949). Deze actie wordt Operatie Kraai genoemd. Het Nederlandse leger neemt de Indonesische republikeinse leiders gevangen en verbant ze. De militaire leiding van de republiek begint een guerrilla-oorlog.
Dekolonisatie-oorlog
Nederland benoemt de operaties als politionele acties om aan te geven dat het om een intern meningsverschil gaat. Maar feitelijk woedt er tussen 1945 en 1949 een totale dekolonisatie-oorlog, waarin beide partijen soms excessief geweld gebruiken. Meer internationale druk op Nederland is het gevolg. Op 10 augustus 1949 volgde een officiële wapenstilstand.
Sociaal-economische veranderingen
Opheffing KNIL
Nederland en Indonesië hebben tijdens de Ronde Tafel Conferentie afgesproken het KNIL op te heffen. Dit gebeurt daadwerkelijk op 26 juli 1950. Europese militairen kunnen in het Nederlandse leger terecht, de niet-Europese militairen moeten uit dienst of overstappen naar het Indonesische leger. De meeste Europese militairen kiezen voor het Nederlandse leger.
Molukkers
De Molukse ex-KNIL-militairen die niet willen overgaan naar het Indonesische leger, willen demobilisatie op hun eigen grondgebied. De onafhankelijksstrijd van de Republik Malaku Selatan (RMS) in 1950 frustreert dat proces waardoor circa 4.000 militairen op Java in een patsstelling zitten. Op dienstbevel van de Nederlandse regering vertrekken zij met hun gezinnen (in totaal circa 12.500 personen) in 1951 voor een ''tijdelijk verblijf' naar Nederland, waar zij - met uitzondering van degenen in dienst van de Koninklijke Marine - bij aankomst worden ontslagen.
Indo-Europeanen
De Indonesische nationalistische partijen maken de positie van Indo-Europeanen in de nieuwe Indonesische republiek steeds moeilijker, zowel politiek als maatschappelijk. De Indo-Europese bevolkingsgroep verlangt naar het recht op grondbezit. Met dat recht zouden zij zich meer geaccepteerd voelen in de nieuw te vormen samenleving. Hun wens stuit echter op grote weerstand onder de nationalistische Indonesische partijen en wordt niet gehonoreerd.
Voor de Indo-Europese bevolkingsgroep was het kunnen bezitten van grond een belangrijk nieuw recht als Indonesisch staatsburger. Het zou hen het gevoel geven te worden geaccepteerd in de nieuw te vormen samenleving. Deze wens stuitte echter op grote weerstand onder de nationalistische Indonesische partijen en werd niet gehonoreerd.
Soevereiniteitsoverdracht
In nieuwe onderhandelingen wordt het Van Roijen-Roem-akkoord opgesteld. De partijen spreken af dat Nederland de soevereiniteit via een Ronde Tafel Conferentie aan Indonesië zal overdragen. Op 27 december 1949 is de onafhankelijke staat Verenigde Staten van Indonesië (VSI) een feit. Nederlands Nieuw-Guinea valt buiten de overdracht. Op 17 augustus 1950 neemt de Republiek Indonesië de Verenigde Staten van Indonesië (VSI) over.
Dagelijks leven
Nationaliteit
De overname van de Verenigde Staten van Indonesië (VSI) door de Republiek Indonesië zet de verhoudingen tussen Nederland en de Republiek op scherp. Conform afspraken van de Ronde Tafel Conferentie moet iedere Nederlandse staatsburger die in Indonesië woont, uiterlijk op 27 december 1951 kiezen tussen de Nederlandse of Indonesische nationaliteit (warga negara). Een keuze die veel Nederlanders in Indonesië voor een groot dilemma stelt. Dat geldt met name voor de Indo-Europese bevolkingsgroep, die voor het overgrote deel in het land geboren en getogen is.
Emotionele binding
De keuze voor nationaliteit is feitelijk ook een keuze tussen blijven in Indonesië óf migreren naar Nederland of een ander land. De meeste Indo-Europese burgers hebben de Nederlandse nationaliteit, spreken Nederlands en zijn door hun levensstijl en opleiding op Nederland georiënteerd. Toch is de emotionele binding met hun geboorteland Indië meestal zeer sterk. Migratie naar Nederland of een ander land is een afweging van sociaal-economische en politieke factoren. Uiteindelijk repatriëren in totaal circa 300.000 Nederlanders en Indo-Europeanen naar Nederland.
Loyaliteiten
Spijtoptanten
De warga negara’s worden geconfronteerd met een onwelwillende houding van de Indonesische regering, discriminatie en uitsluiting in het dagelijkse leven. Een deel van hen krijgt spijt van hun keuze voor de Indonesische nationaliteit. Deze spijtoptanten vragen alsnog de Nederlandse nationaliteit aan en willen naar Nederland emigreren.
Afhoudend
De Nederlandse regering past aanvankelijk een afhoudend toelatingsbeleid toe. De opvangcapaciteit in Nederland is laag en onder het mom van te verwachten aanpassingsproblemen probeert Nederland de groep Indo-Europeanen zo veel mogelijk in Indonesië te houden.
Versoepeling
Onder druk van belangengroepen en verslechterende politieke omstandigheden in Indonesië, versoepelt Nederland uiteindelijk het beleid. Een aanzienlijk deel van deze migranten vestigt zich, vaak na een kort verblijf in Nederland, uiteindelijk in landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Brazilië en Zuid-Afrika.
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>
meer over dit onderwerp >>